Godsdienst en Wetenschap

Ontstaan van Godsdienst
Huidige Godsdiensten
Geloof en Wetenschap
Creationisme en Intelligent Ontwerp
Zecharia Sitchin
De letterlijke Waarheid van de Bijbel

De menselijke geschreven geschiedenis start ca 3.300 voor Christus (toen de oudste vorm van het schrift ontstond), en de oudste bronnen die we hebben zijn de kleitabletten van de Sumeriërs. Sumerië was georganiseerd in stadsstaten, waarbij iedere stad zijn eigen heiligdom en zijn cultus van de plaatselijke god had. De Sumeriërs geloofden dat de mensen door de goden geschapen waren, en ze hadden dan ook een zeer gedetailleerd scheppingsverhaal (de Enuma Elis, waarvan de oudst teruggevonden geschreven versie in Akkadisch geschreven is en dateert van 1800 v Chr). Vanuit dezelfde tijd dateert ook de Atra-Hasis, de geschiedenis van Noach en de zondvloed (al heet de held van het verhaal daar Atrahasis in plaats van Noach). Deze verhalen vinden we later in verkorte vorm terug in de bijbel en de koran, alleen zijn de goden van het oude verhaal (Anu, Enlil en Enki) vervangen door een enkelvoudige "god", waardoor het verhaal hier en daar nogal onlogisch wordt. Feit is echter dat godsdienst in de tijd van de Sumeriërs reeds wijdverbreid was. Zelfs bij de Neanderthalers vinden we reeds rituelen met betrekking tot de dood en het leven na de dood. Het geloof in een god en in leven na de dood is dus reeds heel oud. Waar komt het feitelijk vandaan?

Ontstaan van Godsdienst

Als we ons in plaats stellen van de primitieve mens, dan zien we een wereld die hem ontredderde en overweldigde, waarin allerlei zaken gebeurden die hij niet begreep en niet kon verklaren. Nu is de mens, in tegenstelling tot het dier, een wezen met doelstellingen, die geleerd heeft een relatie te leggen tussen oorzaak en gevolg. Hij zal dan ook proberen deze fenomenen (die hij niet kan verklaren) toe te schrijven aan actoren, waaraan hij dan intenties en acties toeschrijft die de hele natuur kunnen verklaren. Gezien deze gebeurtenissen ver buiten zijn eigen bereik liggen, zijn deze actoren dan ook "super-actoren", veel en veel groter dan hijzelf. Thor, die met de bliksem gooit, of Zeus, die met donderende stem spreekt vanaf de berg Olympus. In een latere evolutie legt zijn verbeelding dan verbanden en samenhang tussen al deze superactoren, tracht het beeld een eenheid te verlenen, en komt dus tot een pantheon van goden en een mythologie. Ook hier komt het scheermes van Ockham om de hoek kijken: men probeert een beperkt aantal schema's te vinden waarmee men zoveel mogelijk vreemde fenomenen kan verklaren. Op die manier wordt het onbekende omgezet in het bekende, het angstaanjagende in een werkelijkheid waarbij men zich kan neerleggen.
Op deze superactoren (of goden) wordt dan een tweede menselijke ervaring geprojecteerd: die van de goede en kwade bedoelingen. Men krijgt dan goede en kwade goden, en deze worden geacht verantwoordelijk te zijn voor al het goede en kwade dat er in de wereld en de eigen gemeenschap gebeurt. Men tracht ook deze goede en kwade goden onder controle te krijgen, er invloed op uit te oefenen. Dit doet men door magie: ofwel directe magie (gedrag, waarvan men gelooft dat het deze superactoren beïnvloedt) ofwel indirecte magie (via tussenpersonen, zoals priesters en sjamanen). Deze handelingen zijn dan bidden, offeren, bezweren, vasten, liturgie en dergelijke.
We zitten dan echter nog met het probleem van het menselijk brein, dat niet kan nalaten vragen te stellen over oorzaak en gevolg, begin en einde. Als alles een gevolg is van de acties van deze superactoren, waar komt alles dan initieel vandaan, en waar komen deze actoren vandaan? Dit leidt dan tot een scheppingsgedachte, en men introduceert dan een Schepper. Maar waar komt deze Schepper dan vandaan? Hiervoor moet men dan een stoplap gebruiken: de Schepper is eeuwig, heeft altijd bestaan en zal altijd bestaan, hij heeft dus geen begin en geen einde. Toch is dit voor de menselijke geest feitelijk geen bevredigende verklaring.
Blijft nog de vraag van het gevolg: waartoe leidt dit alles, wat is de zin van dit alles? Iedere religie geeft dus een beeld van een eindtoestand, een toekomstige eeuwigheidsgedachte. Deze wordt dan natuurlijk ingevuld als een toestand waarin alle onrechtvaardigheden en ondraaglijkheden van het menselijk bestaan niet aanwezig zijn, een toestand van gelukzalig nabestaan. In het volksgeloof wordt dat dan ingevuld als "rijstpap met gouden lepeltjes" of "twintig houri's voor iedere martelaar". Verwant hiermee is het zoeken naar een verantwoording van de willekeur, wat de mens ervaart als een onrechtvaardigheid (waarom krijgt mijn kind kanker?). Ook de willekeurigheid van het levenslot stuit de mensen tegen de borst (waarom kan een slecht mens zijn leven in weelde ten einde leven?). Deze ondervonden onrechtvaardigheid leidt dan weer tot het idee van een nabestaan, waarin de goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden.

Sinds de 16e en 17e eeuw zijn er pogingen om dit irrationeel religieus wereldbeeld stilaan te vervangen door een rationeel wetenschappelijk model. Het wetenschappelijk model geeft een betere kennis van en inzicht in de natuur, waarvan de primitieve mens niets begreep en waardoor hij tot een godsmodel kwam. Wetenschap geeft één zekerheid, namelijk dat de wetenschappelijke methode tot de meest betrouwbare kennis leidt. Maar wetenschappelijke kennis blijft onzeker, de conclusies zijn slechts tijdelijk, tot verder onderzoek weer meer kennis oplevert en weer nieuwe vragen stelt. Geloof en pseudowetenschap stellen zich daarentegen helemaal geen vragen, en stellen dat de conclusies die ze aanbieden absoluut betrouwbaar zijn. Geloof en pseudowetenschap brengen mensen troost en een geruststellend gevoel, ze kunnen de angst voor ziekte, lijden en de dood verzachten, ze geven een duim om op te zuigen. Er zijn dus twee typen mensen: de overgrote meerderheid die de willekeur en zinloosheid van het bestaan ondraaglijk vindt, en dus behoefte heeft aan de troost die god of goden hen kunnen bieden, en een kleine minderheid, die geleerd heeft met deze willekeur en zinloosheid om te gaan.

De huidige Godsdiensten

Welke godsdiensten worden er dan op nagehouden? In de oudheid (voor Christus) was dit een soort veelgodendom, in veel gevallen georganiseerd in een pantheon van goden waarbij één god de oppergod was (Marduk bij de Babyloniërs, Ra bij de Egyptenaren, Baäl in het Midden Oosten, Zeus en Jupiter bij de Grieken en Romeinen). Van deze godsdiensten is weinig overgebleven.
Momenteel is ca 54% van de wereldbevolking een aanhanger van de drie "godsdiensten van het boek": het christendom (33,0 %), de islam (20,2%) en het jodendom (0,2%). Deze godsdiensten zijn monotheistisch, hebben alle drie de bijbel als heilig boek, en verschillen in de keuze van de profeet (Christus, Mohammed of eentje die nog moet komen). Christendom en Islam zijn erg militante en onverdraagzame godsdiensten, die overtuigd zijn dat hun god de enige ware is, die "bekering" hoog in hun vaandel voeren, en waarbij in naam van de godheid bloedige oorlogen gevoerd zijn (de verspreiding van de Islam, de kruistochten). Ook zijn of waren de meest onmenselijke daden toegelaten, daar ze voor de echte gelovige gebeuren in naam van de godheid (heksenverbrandingen, de inquisitie, terreur van de moedjahedien...).
De andere grote wereldgodsdiensten (hindoeïsme, boeddhisme, taoïsme) kunnen meer beschouwd worden als religieus-filosofische stromingen. Ze hebben geen dwingende god, maar wijzen meer de weg aan naar religieuze zelfverheffing. Ze geven een uitleg over het bestaan, en vormen meer een soort richtlijnen voor juist handelen in het leven.
Het sterkst gestructureerde geloof vinden we in de katholieke kerk en het jodendom. Hier is het geloof neergelegd in dogma's (geloofspunten die iedere gelovige moet kennen en aanvaarden wil hij zich katholiek of jood noemen). Voor de katholieke kerk zijn dit er 252, waarvan er een aantal nogal ernstig in tegenspraak zijn met de huidige stand van de wetenschap. De Islam kent geen dogma's, maar gaat uit van de agidah (de zes zuilen van het geloof). Iedere moslim kan dus de koran interpreteren zoals hij zelf wil (net zoals in het christendom de protestanten vrij zijn de bijbel te interpreteren). Zo worden in het handvest van Hamas de verwoesting van Israël en de islamisering van de hele wereld opgevoerd als geloofspunten ("wie ze ontkent, moet zijn geloof en de islam vaarwel zeggen").

Geloof en Wetenschap

In het Westen heeft het geloof de wetenschap lang in de weg gestaan. Wie in de middeleeuwen durfde opperen dat de aarde rond was, riskeerde op de brandstapel terecht te komen. In die tijd beleefde de moslimwereld juist hoogdagen van wetenschap. Vanaf het proces van Galileo Galilei (1630) begon de katholieke kerk echter invloed te verliezen in de wetenschappelijke wereld. Bij de Franse revolutie werd de splitsing tussen kerk en staat ingevoerd, een idee dat sindsdien overal in het Westen aanvaard werd. Op het einde van de 19e eeuw probeerde de katholieke kerk nog met het katholieke modernisme de letterlijke waarheid van de schrift te ondersteunen door wetenschappelijke argumenten, maar dit liep zo slecht af dat de boeken van de katholieke modernisten (Loisy, Fogazzaro) op de index geplaatst moesten worden, en Pius X met een encycliek het modernisme moest veroordelen als "de synthese van alle ketterijen". Sindsdien beperkt de kerk zich strikt tot geloofszaken en moeit zich niet meer met de wetenschap. Lemaître, de vader van de big bang, was een katholiek priester, en de evolutieleer wordt door de katholieke kerk aanvaard (Pius XII in 1950, Joannes Paulus II in 1996).
In de moslimwereld verliep de ontwikkeling net tegenovergesteld. In de begineeuwen van de Islam bloeide de wetenschap op onder de Mutazila. Dit was een theologische stroming binnen de islam, met als uitgangspunten dat de rede boven het geloof staat, dat de Koran geschapen was, en dat Allah de vrije wilsbeschikking van de mens toelaat. Deze periode heeft echter slechts een paar honderd jaar geduurd, en na de filosofen Asjari en Al Ghazali werd net het tegenovergestelde geloofd, en kwam de wetenschappelijke ontwikkeling in de moslimwereld vanaf 1200 tot een stilstand. Momenteel staat in de Islam de suprematie van het geloof over de wetenschap niet ter discussie.
Nog een ironische noot. Na Al Ghazali waren er nog moslim-filosofen die zich met de plaats van de wetenschap in het geloof bezig hielden. De bekendste is Averroës (Ibn Roesjd). Deze leefde op het einde van de 12e eeuw in Zuid-Spanje, dat toen nog een moslim-enclave was. Hij verzette zich sterk tegen de opvatting van Ghazali, die stelde dat er geen verband bestaat tussen oorzaak en gevolg. Binnen de Arabische wereld heeft hij weinig invloed gehad, maar zijn geschriften (vooral zijn vertalingen van en commentaren op de oude griekse filosofen) hebben de weg gevonden in de westerse wereld (na vertaling in het latijn), en waren daar zo invloedrijk dat Averroës daar werd aangeduid als "de commentator". Hij is er feitelijk de oorzaak van geweest dat de bestudering van de natuurwetenschappen verschoof van het oosten naar het westen, en dus heeft hij aan het westen gegeven wat het oosten niet meer wou.

Creationisme en Intelligent Ontwerp

Zoals gezegd erkent de katholieke kerk de evolutieleer. Voor de Islam ligt dit iets minder duidelijk, daar men de Koran kan lezen zoals men wil, en er dus uit kan begrijpen wat men wil. Sommige stromingen binnen de Islam aanvaarden de evolutie (als een wilsbeschikking van Allah), de meeste doen dit niet. De overige grote godsdiensten zijn meer religieus-filosofische stromingen, en hierin bestaat geen conflict tussen geloof en wetenschap.
Er zijn echter gelovigen (zowel in het christendom als in de islam) die de evolutietheorie absoluut niet wensen te aanvaarden, en die vinden dat er een Schepper moet zijn. Deze stroming noemt men het Creationisme. Vanaf 1920 wordt deze benaming geassocieerd met de christelijk fundamentalistische beweging, die gelooft in een letterlijke interpretatie van de schepping volgens het boek Genesis. Ze is vooral populair in de Verenigde Staten van Amerika, waar bijna de helft van de inwoners gelooft in het creationisme, en slechts een 20% overtuigde aanhangers zijn van de evolutietheorie. In Europa, dat een veel wetenschappelijker traditie heeft en een beter onderwijssysteem, kent het creationisme slechts weinig aanhangers (dit zijn dan bijna allemaal bijbelvaste protestanten).
In de Verenigde Staten slaagden de voorstanders van het creationisme erin een verbod te krijgen op het onderwijzen van de evolutieleer in scholen. Vanaf half 1960 trachten ze de theorie van de "Zondvloed geologie" (Flood geology) te laten onderwijzen in het wetenschapsonderricht. In 1975 oordeelde de wetgever echter dat het onderwijzen van het creationisme een schending vormde van het principe van scheiding tussen kerk en staat, waarop het creationisme zich omvormde tot "creation science" door er de verwijzingen naar de bijbel uit weg te laten. Toen de rechtbank in 1987 oordeelde dat ook deze "creation science" een schending van de grondwet was, werd de term veranderd in "Intelligent Design" (intelligent ontwerp), en gepresenteerd als een nieuwe wetenschappelijke theorie. Hierover oordeelde de rechtbank in 2005 dat Intelligent Design (ID) geen wetenschap is, en dus uit het wetenschapsonderwijs gebannen diende te worden. Momenteel proberen de ID-aanhangers terug het ID in het onderwijs te krijgen onder het mom van "wetenschappelijke zelfontdekking".
Het creationisme bestaat in drie smaken, die allen een noodzakelijke Schepper als gemeenschappelijk bindpunt hebben:
- het jonge-aarde creationisme: de aarde is 6000 jaar oud, en werd geschapen in 7 dagen. Dus een letterlijke interpretatie van de bijbel.
- het oude-aarde creationisme: de 7 dagen van de bijbel worden 7 tijdvakken, en de aarde is dus miljoenen jaren oud. God heeft echter alle soorten geschapen.
- het progressief creationisme: God stuurt de ontwikkeling van het leven. Evolutie bestaat dus, maar wordt door God gestuurd.
De Intelligent Design-beweging presenteert zich als een wetenschappelijke theorie, en baseert zich hier voornamelijk op de "irreduceerbare complexiteit": er zijn mechanismen in de natuur die zo complex zijn dat ze niet uit evolutie kunnen ontstaan zijn. Er is dus geen sprake van een evolutie die door toeval geleid wordt: er moet een "intelligente ontwerper" geweest zijn die dergelijke mechanismen kant en klaar maakte. Een bromfiets kan niet ontstaan door aan een fiets een knalpot te hangen, later een vliegwiel, dan weer een benzinetank, enzoverder: hij moet als bromfiets ontworpen zijn. De ID-beweging spreekt zich officieel ook niet uit over de identiteit van deze ontwerper (want het stelt zich voor als wetenschap, niet als godsdienst), maar iedereen weet dat deze ontwerper god is. In feite is de ID-beweging niets anders dan een vermomming van het creationisme, om aan de wetgeving te ontsnappen.

 

Atlas of Creation De laatste jaren duikt in Europa een fanatiek Turks creationisme op. In 2007 ontvingen West-Europese scholen, universiteiten, instituten en wetenschappers gratis een ongevraagd exemplaar van de "Atlas of Creation" van Harun Yahya, een klepper van 800 bladzijden met een winkelwaarde van 75 euro. Harun Yahua is een pseudoniem van Adnan Oktar, een in Istambul levende Turk, die zelf geen enkele wetenschappelijke achtergrond heeft, maar de oprichter is van een religieuze sekte, die later werd omgevormd tot Bilim Arastima Vakfi (stichting voor wetenschappelijk onderzoek). Het doel van dit fonds, dat blijkbaar over enorme finantiële middelen beschikt, is de goddelijke schepping van alle levensvormen aan te tonen, en de Koran te presenteren als bron van al het goede.
Dit Turks creationisme is van het oude-aarde type (omdat de Koran de bijbelse tijdrekening van het Oude Testament niet volgt). Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt de geschiedenis van de aarde geschetst, waarbij de geologische tijdvakken en de fossielen uit deze tijdvakken correct worden weergegeven, maar steeds met de conclusie dat de organismen in deze tijdvakken ofwel uitstierven ofwel ongewijzigd verder leefden in de huidige tijd. Er is dus steeds een scheppingsdaad, en evolutie bestaat niet. Het tweede deel van het boek (550 bladzijden) is de eigenlijke atlas: een overzicht van dieren in willekeurige volgorde met telkens een foto van een dier en een fossiel, waardoor duidelijk moet worden dat dit dier ongewijzigd uit dit fossiel voorkomt, en dat evolutie dus niet bestaat. In het derde deel wordt dan een bloemlezing gegeven van alle argumenten van het creationisme, de Creation Science en het Intelligent Design.
Dit is niet het enige boek van Harun Yahya: op zijn nederlandstalige website zijn momenteel 14 boeken gratis te lezen of te downloaden (waaronder ook kinderboeken). Op de engelstalige site zijn dit er in totaal 107, die zowel als boek of film kunnen gedownload worden. Zijn publiek zijn vooral studenten en kinderen, die nog makkelijk beïnvloedbaar zijn, en leraren merken dan ook op dat leerlingen van Turkse afkomst deze boeken gretig lezen en geloven. In feite vormt zijn groep een reëel gevaar, niet alleen in Europa, maar zeker in Turkije waar veel minder tegenwerk bestaat, en waar hij erin geslaagd is verschillende websites, die tegengestelde opinies verdedigen of hem aanvallen, te laten blokkeren.

Zecharia Sitchin

Godsdiensten, gebaseerd op UFO's of buitenaardse contacten (zoals bijvoorbeeld Scientology) zijn meestal te gek om de term "godsdienst" te verdienen. Toch willen we hier even Zecharia Sitchin voorstellen, die zich als wetenschapper betitelt, en die zijn boeken ("De 12e planeet", en veel volgende) niet voorstelt als godsdienst maar als wetenschap. Zijn geschriften hebben ondertussen een schare vrij fanatieke volgelingen doen ontstaan, en op basis ervan zijn reeds een paar godsdienstige sekten opgericht.
Sitchin is geboren in Azerbeidjan, opgevoed in Palestina, behaalde een graad in economische geschiedenis aan London University, en werkte vele jaren als journalist in Israël. Hij verwierf kennis van de oude semitische talen, het Oude Testament en de archeologie in het Midden Oosten. Als navolging op de bestseller van Von Däniken "Waren de goden kosmonauten" publiceerde hij in 1976 zijn boek "De 12e planeet". In dit boek geeft hij aan dat de mens ontstond door genetische manipulatie, omdat de goden (bezoekers van een andere planeet) werkkrachten nodig hadden om in de mijnen te werken. Zo ontstonden de reuzen (waarvan de bijbelse Samson een voorbeeld was). Toen echter ook werkkrachten voor de landbouw nodig waren, diende een nieuwe mens ontworpen te worden, ditmaal met intelligentie (het eten van de boom der kennis) en de mogelijkheid zich voort te planten. Dit was dus het ontstaan van de "homo sapiens".
De boeken van Sitchin vormen fascinerende lectuur, niet in het minst wegens de strijd tussen de hoofdgoden Enlil en Enki, met Anu als de scheidsrechter. De hele prehistorie wordt behandeld, niet alleen in Mesopotamië en Egypte, maar ook in Indië en Amerika. En dit allemaal stevig wetenschappelijk onderbouwd. Tenminste... als men er niets op tegen heeft dat de schrijver de meeste zaken foutief vertaalt, zelf zijn eigen bewijzen verzint, zaken volledig uit hun verband rukt, zijn bronnen niet aangeeft en dergelijke. De concensus in de wetenschappelijke wereld is dan ook dat dit mogelijk goed amusement biedt, maar niets te maken heeft met wetenschap.
Toch is Sitchin gevaarlijk voor de onvoorbereide lezer, omdat hij zijn boeken presenteert als wetenschap en als oplossing voor een wetenschappelijk probleem. Zijn hele verhaal past ook mooi in de evolutie, en het ontstaan van de mens door genetische manipulatie verklaart ook een probleem: natuurlijke evolutie in de natuur werkt als een antwoord op een gesteld probleem. Maar wat was dan precies het probleem waarvoor de menselijke hersens de oplossing waren? Uiteindelijk is het aan zijn hersens te danken, dat de mens al zijn natuurlijke vijanden kon overwinnen, zich ongebreideld kon voortplanten, en zich in feite gedraagt als een kanker die dreigt zijn eigen biotoop (de natuur) te vernietigen. Maar mutaties bekommeren zich niet om goed of kwaad, het zijn niets anders dan toevallige gebeurtenissen.

De letterlijke waarheid van de bijbel

Hoger zagen we reeds dat de oudste boeken van de bijbel (het scheppingsverhaal, de zondvloed) in feite verkorte kopies zijn van de Enuma Elis en de Atra-Hasis, verhalen die stammen uit de Sumerische tijd. Deze verhalen waren algemeen bekend in het oude Midden-Oosten, en zijn als zodanig in de bijbel terecht gekomen (alleen werden de verschillende goden samengevat tot één god). Maar hoe zit het met de rest van de bijbel?
In1920 startte Albright een campagne om aan te tonen dat de bijbel een historisch document is, en dat de archeologie door opgravingen deze historische waarheid zou kunnen aantonen. Bij de opgravingen kwam men echter langzamerhand tot het besef dat de resultaten de historische waarheid van de bijbel niet versterkten, maar daarentegen ondermijnden. De meeste historici zijn het er momenteel over eens dat het verblijf in Egypte en de uittocht ervan hoogstens een gebeurtenis was die slechts enkele families hebben meegemaakt. Het rondzwerven door de woestijn heeft nooit plaatsgevonden. Er is geen feitelijke basis voor het bijbelse relaas over de verovering van het land op de Canaänieten (dus spijtig genoeg ook geen neerhalen van de muren van Jericho, omdat de stad toen nog niet bestond). De gerapporteerde "grootse steden met hemelhoge muren" bleken onversterkte nederzettingen te zijn, bestaande uit het "paleis" van de plaatselijke heerser en enkele hutten. "Israël" was niet meer dan de naam die gegeven werd aan één van de bevolkingsgroepen die in Canaän verbleven op het einde van de Late Bronstijd (1200 v Chr). Ook de glansperiode van Israël, de monarchie van David en Solomon, waarvan de bijbel zegt dat het rijk zich uitstrekte van de Eufraat tot Gaza, bleek een stamgebonden koninkrijk te zijn dat over een klein gebied heerste, zoals Hebron en Jeruzalem. Judea in het noorden was een onafhankelijk en vijandig rijk, dus bepaald geen Verenigde Monarchie, zoals de bijbel ons voorhoudt. Zelfs het monotheïsme als staatsgodsdienst dateert van vrij recent (6e tot 7e eeuw voor Christus). Tot in de 8e eeuw voor Christus werd "Jahweh en zijn gemalin Asherah" vereerd. We zien dus weer eens het opblazen van de mug tot de olifant, waarna hij met goudverf bestreken wordt: een techniek die wel in meer "historische" werken optreedt.
Deze bevindingen zijn niet nieuw (ze dateren al uit de jaren 1930 tot 1970), en reeds lang bekend aan archeologen en bijbelgeleerden. Toch is het grote publiek hiervan niet op de hoogte, ook al is de bijbel een heilig boek voor de drie "godsdiensten van het boek": het jodendom, het christendom en de islam.