|
Wat zijn mitochondriën?
 |
|
Mitochondriën
bevinden zich in de cel, buiten de celkern. Een cel heeft er 100 tot
meer dan 1000, afhankelijk van de functie van de cel. Beencellen hebben
er weinig, eicellen hebben er heel veel. Het zijn feitelijk de
energiecentrales van de cel. Ze vormen suiker om tot ATP (een
energierijke stof), en deze wordt dan gebruikt in de chemische reacties
die zich binnen de cel voltrekken. Afhankelijk van de energiebehoefte
van de cel heeft deze er dus meer of minder.
Een
mitochondron (of mitochondrie, beide benamingen worden gebruikt)
bestaat uit een dubbel membraan: het buitenmembraan en het
binnenmembraan. Dit laatste is zeer sterk geplooid (de plooien noemt
men crista) en is gevuld met de celvloeistof (matrix genoemd). In deze
celvloeistof vinden we ook het DNA en de ribosomen van het
mitochondron.
|
Een mitochondrion is een organel: het is in feite een
apart organisme (ooit was het een zelfstandige bacterie) dat binnenin
de cel leeft in symbiose ermee (wederzijdse samenwerking tot wederzijds
voordeel). Het heeft zijn eigen DNA (het mitochondrisch DNA) en regelt
zijn eigen voortplanting. Het heeft zijn eigen ribosomen en maakt dus
zijn eigen specifieke eiwitten aan. Het kan echter buiten de cel niet
meer overleven, daar het bij zijn voortplanting eiwitten nodig heeft
die het zelf niet meer kan aanmaken, en die de cel voor hem aanmaakt.
Daar de mitochondriën hun eigen voortplanting regelen, heeft de cel
rechtstreeks niets te zeggen over de hoeveelheid mitochordriën waarvoor
het gastheer is: het is de energiebehoefte van de cel die het aantal
mitochondriën in de cel regelt.
Het mitochondrisch DNA
 |
|
Een
mitochondrion heeft cirkelvormig DNA (zoals alle bacterien) dat 16.569
base-paren (letters) groot is. Dit DNA codeert voor 13 eiwitten, 22
tRNA (transport-RNA) en 2 eigen rRNA (ribosomol-RNA). Het codeert dus
voor die stoffen die specifiek zijn voor de mitochondrion. De overige
bouwstoffen die het nodig heeft laat het door de gastcel aanmaken.
Vergeleken
met het menselijk DNA, dat bestaat uit 3 miljard letters, is dit
mitochondriaal DNA met 16.569 letters dus erg beperkt. Het genoom ervan
(de opeenvolging van alle letters) is dan ook al langer bekend. Het
mitochondrich DNA recombineert ook niet: het wordt ongeschonden (buiten
de gebruikelijke fouten) van generatie op generatie doorgegeven.
Het
mitochrondrisch DNA (meestal mtDNA genoemd) wordt uitsluitend via de
moeder overgeërfd. Een zaadcel heeft zijn eigen mitochondriën, om de
cel energie te verschaffen op zijn weg naar de eicel, maar als de
zaadcel het ei binnendringt is het alleen de kop van de zaadcel (met
het DNA) die binnenkomt, en blijft de staart (met de mitochondriën)
buiten de eicel. Mitochondriën die toch zouden binnendringen, worden
beschouwd als vreemde indringers, en gedood. In wetenschappelijke
literatuur zijn een paar artikels opgedoken die erop zouden kunnen
duiden dat toch vaderlijk mtDNA gevonden is, maar totnogtoe is hierop
geen bevestiging gekomen.
|
Specifiek aan mtDNA is wat men de D-loop noemt: een
gebied, bestaande uit HVR1 en HVR2, dat hyper variabel is. In HVR1 en
HVR2 treden zeer snel mutaties op, waarbij base-letters uitgewisseld
worden voor andere letters (bv een "A" wordt vervangen door een "T").
Dergelijke "snips" (single nucleotide polymorphisms, uitwisseling van
een DNA-letter door een andere letter) zijn zeldzaam in het cel-DNA,
maar treden om één of andere reden in de hyper variabele zones veel
frekwenter op. Daar mtDNA alleen via de moeder doorgegeven wordt
(zowel aan zonen en dochters) en daar er in de D-loop snelle mutaties
optreden, is mtDNA dan ook iets wat veel gebruikt wordt om afstamming
op te sporen. Men kan dan ook zijn eigen mtDNA laten typeren door een
gespecialiseerde firma. Bekend is Familty Tree DNA,
waar men drie verschillende typeringen kan laten doen: alleen de
HVR1-zone (129$), beide HVR-zones (189$) of een volledige
mtDNA-typering (495$).
De menselijke verspreiding
Op basis van een studie van mtDNA van verschillende
groepen mensen in verschillende streken, zijn geleerden erin geslaagd
een kaart op te stellen, die aangeeft waar de mens ontstond en hoe hij
zich over de aarde verspreidde. Op basis van de mutaties die men vindt
in het mtDNA, kan men de mensheid indelen in haplotypes (groepen, die
eenzelfde set mutaties hebben in hun mtDNA). Als men daarbij een
schatting maakt van de mutatiesnelheid, kan men hieraan een tijdsschaal
plakken. Neem deze tijdschaal met een korrel zout: beschouw ze
momenteel gewoon als grove schattingen, die later nog heel wat verfijnd
moeten worden.
We zien op deze kaart dat de eerste mensen ontstonden
in Afrika (de L0-stam, die momenteel uitgestorven is). Oorspronkelijk
is de mens in Afrika gebleven (L1, L2 en L3), tot hij een 60.000 jaar
geleden buiten Afrika trad en de verspreiding van de mens over de
wereld begon. Belangrijk aan dit onderzoek is dat éénduidig vastgesteld
is dat de mens zich op één plaats ontwikkelde. Vroeger had men de
theorie dat de mensheid zich op verschillende plaatsen afzonderlijk
ontwikkeld had, maar deze theorie is door het mtDNA-onderzoek niet
houdbaar gebleken.
Een zeer mooie presentatie van de verspreding van de mensheid over de aarde vindt men bij National Geographic (wel in het engels).
Een tweede strijdvraag die door mtDNA-onderzoek beslecht werd, is in
hoeverre de Neanderthalers een bijdrage geleverd hebben aan het
menselijk ras. Onderzoek heeft uitgewezen dat de mtDNA-stalen, die men
uit vier verschillende Neanderthalers-skeletten heeft kunnen
onttrekken, een typering hadden die allevier vrij dicht bij elkaar lag
(ze waren allevier duidelijk van hetzelfde ras) maar die mijlenver
verwijderd lag van de typering van het mtDNA van zowel huidige mensen
als van menselijke skeletten uit hetzelfde tijdvak. Dus, alhoewel
mensen en Neanderthalers in dezelfde tijd (30.000 tot 50.000 jaar
geleden) op dezelfde plaats (Europa) samen bestonden, hebben deze
Neanderthalers geen bijdrage geleverd aan het menselijk erfgoed.
Problemen met mtDNA-onderzoek
Voor mtDNA-onderzoek wordt meestal de hyper-varibale
regio HVR1 en HVR2 getypeerd, omdat juist in deze regio de snelheid van
mutatie hoog ligt, en dus vrij snel verschillende mutaties kunnen
optreden. Men dient dus slechts een beperkt gedeelte van het mtDNA te
onderzoeken (1144 van de 16569 basisparen) om tot conclusies te komen.
Hierop komt de laatste tijd echter toenemende kritiek, en wel om de
volgende redenen:
- "terug mutatie": door de snelle mutatiegraad ("snel" in
geologisch opzicht: we hebben het hier over honderden of duizenden
jaren) kan een DNA-letter, die bijvoordeeld van een "A" naar een "G"
gewisseld was, in een volgende mutatie terug naar de originele "A"
wisselen. Dit geeft dan de indruk dat er helemaal geen mutatie
opgetreden was.
- "parallelle mutatie": eenzelfde mutatie op
dezelfde DNA-letter grijpt spontaan plaats in verschillende
afstammingslijnen. Bij het cel-DNA is dit uitgesloten, wegens de trage
mutatiegraad, maar bij mtDNA kan dit wel optreden.
- "wisselende
mutatiesnelheid": binnen hetzelfde geografisch gebied (bv zuidelijk
Afrika) kan er een groot verschil zijn tussen de mutatiesnelheid van
verschillende plaatsen binnen dit geografisch gebied. Er schijnen
"hotspots" te bestaan waar de mutatiesnelheid veel hoger ligt dan op
andere plaatsen.
Met andere woorden: de hyper-variabele zones HVR1 en HVR2 zijn
gewoon te "hyper variabel" voor gedetailleerd onderzoek. Wenst men het
goed te doen, dan dient men het volledige mtDNA (het hele genoom) te
typeren, en hierop conclusies te trekken. Buiten de D-loop op het mtDNA
ligt de mutatiegraad veel lager, en treedt er geen terug-mutatie en
parallelle mutatie op. De mutatiesnelheid buiten de D-loop blijkt ook
vrij constant te zijn, en hierbij worden geen hotspots gevonden.
Typering van het hele genoom van 16.569 letters is natuurlijk veel meer
werk dan alleen de HVR's van 1144 letters te onderzoeken, maar met de
moderne technieken en toestellen is het wel haalbaar, en levert het
betrouwbare resultaten op. We hebben dan zowel de snelle mutaties van
de HVR's (die een fijn onderscheid tussen verschillende stalen
toelaten) als de trage mutaties van de rest van het genoom (die het
staal duidelijk in de juiste groep plaatsen, ook al zouden in het HVR
terug- of parallelle mutaties opgetreden zijn).
De biologische Eva
Men zou de verzameling kunnen nemen van alle vrouwen die vandaag
leven (dat zullen er heel wat zijn). We zouden ook de verzameling
kunnen nemen van hun moeders. Dat zijn er al minder, want sommige
vrouwen hebben geen kinderen, of alleen maar jongens. We zouden nu de
verzameling kunnen nemen van die hun moeders (dus de moeders van de
moeders). Telkens we een stap terug gaan, wordt het aantal vrouwen in
de verzameling kleiner (want een vrouw kan meerdere dochters hebben,
maar een dochter kan niet meerdere moeders hebben). Als we lang genoeg
in deze generatieketting teruggaan, houden we op een gegeven ogenblik
een verzameling over die slechts één vrouw telt. Deze vrouw is onze
biologische Eva. Al wie momenteel leeft heeft zijn mtDNA van haar
overgeërfd. En ze leefde in Afrika, ongeveer 200.000 jaar geleden.
Was zij de stammoeder van het menselijk ras? Neen, zij leefde in een
menselijke gemeenschap, samen met andere mannen en vrouwen. Toen zij
leefde was er een andere, nog veel oudere, biologische Eva. Ze is
alleen onze meest recente gemeenschappelijke vrouwelijke voorouder. Het
mtDNA van alle andere mensen, die in haar tijd leefden, is nu
uitgestorven. Alleen het hare is overgebleven. Ze zal ook niet eeuwig
onze biologische Eva blijven. Binnen een aantal generaties zullen de
laatste personen, die een bepaalde mutaties van haar mtDNA hebben,
uitgestorven zijn, en zal de titel van "meest recente
gemeenschappelijke vrouwelijke voorouder" overgaan op één van haar
kinderen of kleinkinderen of achterkleinkinderen.
Op dezelfde manier hebben we ook een biologische Adam, de stamvader van
alle mannen die vandaag leven (zie de tekst over het Y-chromosoom).
Daar het mtDNA door de moeder doorgegeven wordt aan haar zonen en
dochters, en het Y-chromosoom alleen maar door de vader op zijn zonen
doorgegeven wordt, is de verzameling kleiner, en is de ouderdom van de
biologische Adam ook veel minder dan deze van de biologische Eva. Maar
ook hij leefde in Afrika.
Zoals steeds: neem het tijdstip met een flinke korrel zout. Die 200.000
jaar geleden kan evengoed 150.000 jaar geleden zijn, of 300.000 jaar
geleden. Er zijn nog teveel onzekerheden om echt nauwkeurige datums te
kunnen geven.
|