Latijn in de parochieregisters

Parochieregisters zijn geschreven in het latijn, en niet iedereen is daarmee bekend. Dienen daarom de parochieregisters een gesloten boek te blijven voor genealogen die niet geschoold zijn in latijn? Volgens ons niet: de akten in de parochieregisters volgen steeds hetzelfde stramien en gebruiken steeds dezelfde woorden, dus met wat voorbeelden en wat basiskennis zijn deze snel begrijpelijk.
We geven hieronder voorbeelden van de verschillende akten, met de vertaling erbij. Maar laten we eerst beginnen met wat basiskennis.

Latijn is een zeer precieze en gestructureerde taal, die een grote vrijheid van zinsbouw toelaat (een taal voor ingenieurs, als het ware). Een groot verschil met het nederlands (en andere moderne talen) is dat wij voorzetsels gebruiken (van, met, aan), terwijl het latijn voor dit doel de woorden gaat verbuigen. In het nederlands vinden we verbuigingen alleen in ouderwetse structuren (mijn vaders hoed = de hoed van mijn vader). "Vader" wordt hier in de genitief gezet: het basiswoord "vader" wordt hier verbogen tot "vaders", met de betekenis "van mijn vader". Merk ook op dat de zinsbouw wijzigt: "vaders" komt voor "hoed", terwijl "van mijn vader" achter "hoed" komt.
In het nederlands hebben we alleen de (feitelijk niet meer gebruikte) genitief, in het latijn hebben we 6 verbuigingen (we gebruiken "Petrus" als voorbeeld):
- de nominatief: "Petrus" is hierbij het onderwerp, en blijft "Petrus"
- de vocatief (een aanspreekvorm, zoals "Hallo, Petrus!". "Petrus" wordt "Petre".
- de accusatief (lijdend voorwerp, de ezel in de zin "de boer slaat de ezel". "Petrus" wordt nu "Petrum".
- de genitief (bezittelijke voorwerp, het nederlandse "van". "Petrus" wordt "Petri", dus "het kind van Petrus" is "proles Petri" (of "Petri proles")
- de datief (meewerkend voorwerp, het nederlandse "aan", zoals "ik geef Piet een boek"). "Petrus" wordt nu "Petro".
- de ablatief (bepaling van plaats). "Petrus" wordt "Petro". Voorbeeld Caesars "De bello Gallico" (over de oorlog in Gallië).
Enige kennis van deze verbuigingen is wel aangewezen, omdat een aantal voorzetsels gevolgd worden door een bepaalde naamval. Zo gebruikt "coram" de ablatief, en dit komen we tegen in de akten als "coram me et testibus" (samen met mij en de getuigen"). De daarna genoemde getuigen zijn dan ook in de ablatief, dus als één van de getuigen Petrus Govaerts is, staat er "Petro Govaerts".

In het latijn krijgt het werkwoord ook de vorm van het onderwerp. We vinden enerzijds "filius natus et baptisatus est" (een zoon is geboren en gedoopt"), en anderzijds "filia nata et baptisata est" (een dochter is geboren en gedoopt). Aan de uitgang van het werkwoord zien we dadelijk of het onderwerp mannelijk of vrouwelijk is, wat alleen maar een voordeel is.

Nog even een eigenaardigheid: "i" en "j" zijn zowat inwisselbaar, dus je vindt evengoed "iulius" als "julius" (juli). Ook de "u" en "v" worden nogal eens in plaats van elkaar gebruikt. We zullen ook zien dat pastoors vaak "a" gebruiken in plaats van "ae" (Anna waar het Annae zou moeten zijn).


Een geboorteakte

Latijn: "septima maji hodie hic nata circa horam quartam matitunam in loco vulgo rossom, baptisata est eodem die Catharina filia legitima Martini Heylen hic nati et Annae Mariae Verellen natae in Itegem, susceptores fuerunt Joannes Baptista Heylen habitans in liechaert et Anna Catharina Bruyndonckx habitans in herenthout divi Petri".

Nederlands: "op zeven mei vandaag is hier geboren rond het vierde uur 's morgens in de plaats die genoemd wordt Rossom en gedoopt dezelfde dag Catharina, de wettelijke dochter van Martinus Heylen, hier geboren, en Anna Maria Verellen, geboren te Itegem; de doopdragers waren Joannes Baptista Heylen, wonende te Lichtaart, en Anna Catharina Bruyndonckx, wonende in Herenthout Sint Petrus."

In deze (kromme) nederlandse vertaling hebben we 57 woorden nodig, in het latijn 47. Bekijken we de zaak even in detail:
- septima maji: "septimus" is "zevende", "maius" is "mei" (met "maii" als de genitief). De "i" kan als "j" geschreven worden.
- hodie: vandaag. Het woord is een samentrekking van "hoc" (deze, de huidge) en "dies" (dag).
- hic: hier, op deze plaats, in deze parochie.
- nata: is geboren (voltooide tijd, vrouwelijk). Het is een meisje: indien het een jongen was, zou het "natus" zijn.
- circa horam quartam: "hora" is uur (vrouwelijk), "quartus" is vierde. Achter "circa" volgt de accusatief. Rond vier uur.
- matitunam: schrijffout, moet "matutinam" zijn. "Matutinus" is 's morgens (pomeridianus is in de namiddag, vespertinus is 's avonds).
- in loco: locus is plaats ("in" gebruikt de ablatief, dus "in loco"), wat wil zeggen "in de (fysieke) plaats"
- vulgo (of voluit: vulgo vocatus): vulgus is het volk, vocare is noemen, dus "door het volk genoemd" of "in de volkstaal" (dwz niet in het latijn)
- rossom: is een gehucht van Noorderwijk. Dus "in loco vulgo rossom" is "in het gehucht Rossom".
- baptisata est: is gedoopt. Het is een meisje, voor een jongen was het "baptisatus est"
- eodem die: dezelfde dag. De volgende dag is "postera die"
- filia legitima: de wettige dochter ("legitimus" is wettelijk). Vader en moeder zijn dus gehuwd. Zoniet was het "illegitima" (onwettig).
- martini heylen: van Martinus Heylen. Het is de genitief (de dochter van Martinus), dus "Martinus" wordt "Martini"
- hic nati: hier (hic) geboren (nati). "Natus" is geboren, maar we zitten in de genitief mannelijk, dus "nati". Vrouwelijk zou "nata" zijn.
- annae mariae verellen: ook hier de genitief (van Anna), dus "Anna Maria" wordt "Annae Mariae" (alhoewel dit dikwijls vergeten wordt).
- nata in itegem: geboren in Itegem. Het gaat over Anna (vrouwelijk), dus "natus" wordt "nata".
- susceptores: de doopdragers (meervoud), letterlijk " de ondersteuners". Dit zijn de peter en de meter (de zorgdragers als de ouders overlijden).
- fuerunt: waren, de verleden tijd 3e persoon meervoud van "zijn".
- Joannes Baptista Heylen: de peter. Hij is onderwerp, dus "Joannes" blijft "Joannes"
- habitans in liechaert: wonende te Lichtaart. "Habitere" is wonen. Is het "habitantes", dan wonen beide getuigen op deze plaats.
- divi Petri: Herenthout heeft twee parochies, Sint Petrus en Sint Gommarus. "Divus" is "heilig", dus "van Sint Petrus", want we hebben de genitief.


Een huwelijksakte

Latijn: "decima septima maji peractis tribus proclamationibus coram me et testibus infrascriptis contraxerunt matrimonium Petrus Franciscus Heylen natus in Herenthaut s. petri et Anna Catharina Van olmen hic nata. testes fuerunt Martinus Van olmen pater sponsae minorennis et Joannes Cornelius Laenen hic habitantes".

Nederlands: "op zeventien mei na drie roepen uitgevoerd, samen met mij en de ondertekenende getuigen voltrekken het huwelijk Petrus Franciscus Heylen, geboren te Herenthout Sint Petrus, en Anna Catharina Van olmen, hier geboren. Getuigen waren Martinus Van olmen, vader van de minderjarige bruid, en Joannes Cornelius Laenen, die beiden hier wonen."

We zien veel zaken terug die we reeds in de geboorteakte zagen. In detail:
- decima septima maji: "decimus" is tiende, "septimus" is "zevende", "maius" is "mei". Zie "datums en leeftijden" verder op deze pagina.
- peractis tribus proclamationibus: proclamatio is een afkondiging, "peragere" is doorvoeren, "tres" is drie. En dit in ablatief meervoud voltooid.
- coram me et testibus: coram is "samen met" en wat daarna volgt krijgt de ablatief. "Testes" zijn de getuigen, in de ablatief testibus.
- infrascriptis: infra is onder, scribere is schrijven. De getuigen worden later in de akte benoemd (en zullen ook handtekenen).
- contraxerunt matrimonium: contraxere is "samen iets aangaan", matrimonium is het huwelijk.
- Petrus Franciscus Heylen: de twee huwelijkspartners gaan het huwelijk aan, dus hier vinden we de nominatief.
- natus in Herenthaut s. petri: geboren te Herenthout, parochie sint Petrus. Zie geboorteakte "divi Petri". De "s" komt van "sanctus" (heilige).
- hic nata: hier geboren (bedoeld is in de parochie waar de akte opgemaakt wordt). "Nata" omdat het over de vrouw gaat.
- testes fuerent: de getuigen waren. "Testes" is hier onderwerp, dus nominatief.
- pater sponsae: vader van de bruid. Pater is vader, mater is moeder, sponsus is bruidegom, sponsa is de bruid. "sponsae": genitief, "van de bruid"
- minorennis: de bruid is minderjarig.
- hic habitantes: die beiden hier wonen. Habitans is enkelvoud, habitantes is meervoud, en slaat dus op beide getuigen.


Twee overlijdensakten

Latijn: "vigesima secunda februarii circa quintam matutinam obiit Dympna filia infans undecim circiter mensium, Joannis Baeten et Anna Catharinae Oeyen, sepulta est postera die circa octavam matutinam"
"nona martii circa nonam vespertinam obiit Petrus Van passel conjux Annae Mariae de Cnaep, sepultus est undecima circa undecimam matutinam".

Nederlands: "op 22 februari rond vijf uur 's morgens is overleden Dympna, dochter, peuter van ongeveer elf maanden oud, van Joannes Baeten en Anna Catharina Oeyen. Ze is begraven de volgende dag rond acht uur 's morgens".
"negen maart rond negen uur 's avonds is overleden Petrus Van passel, echtgenoot van Anna Maria de Cnaep. Hij is begraven de elfde rond elf uur 's morgens".

- vigesima secunda: "vigesimus" is de twintigste, "secundus" is de tweede. Vrouwelijk, dus "us" wordt "a". Samengevoegd dus de 22e.
- circa quintam: circa is ongeveer, quintus is de vijfde. Achter "circa" volgt de accusatief: rond vijf uur is "circa quintam horam".
- matutinam, vespertinam: matutinus is des morgens, vespertinus is des avonds.
- obiit: obire is sterven. Er is dus iemand gestorven.
- filia: dochter. Filius is zoon.
- infans: letterlijk: niet in staat te spreken. Een "infans" is een kind, van ongeboren tot ca 7 jaar oud.
- undecum circiter mensium: undecimus is elf, circiter is ongeveer, menses is maand. Ongeveer elf maanden oud.
- Joannis Baeten et Annae Catharinae Oeyen: let op de genitief (Joannis ipv Joannes, Annae ipv Anna). Het is immers "dochter van...".
- sepulta est: is begraven. Voor een mannelijk persoon is het "sepultus est".
- postera die: de volgende dag. Dezelfde dag zou "eodem die" zijn.
- circa octavam matutinam: rond acht uur 's morgens. "Hora" (uur) is verondersteld en vrouwelijk, en na "circa" volgt de accusatief.
- conjux: levende huwelijkspartner (M en V). Men vindt ook "maritus" (echtgenoot), "uxor" (echtgenote), "viduus" (weduwenaar) en "vidua" (weduwe).
- sepultus est undecima: hij is begraven de elfde. Undecimus is elfde, en "dies" (dag) is hier weer verondersteld.


Datums en leeftijden

De hoofdtelwoorden zijn: unus (1), duo (2), tres (3), quattuor (4), quinque (5), sex (6), septem (7), octo (8), novem (9), decem (10). Daarna undecim (11), duodecim (12), tredecim (13), quattuordecim (14), quindecim (15), sedecim (16), septendecim (17), duodeviginti of octodecim (18), undeviginti of novemdecim (19), viginti (20).

De rangtelwoorden zijn: primus (1e), secundus (2e), tertius (3e), quartus (4e), quintus (5e), sextus (6e), septimus (7e), octavus (8e), nonus (9e), decimus (10e). Daarna undecimus (11e), duodecimus (12e), decimus tertius (13e), decimus quartus (14e), decimus quintus (15e), decimus sextus (16e), decimus septimus (17e), decimus octavus of duodevigesimus (18e), decimus nonus of undevigesimus (19e), vigesimus of vicesimus (20e). Dertigste is trigesimus of tricesimus.

In datums zeggen we "de 31ste (dag) van januari". Dies (dag) is vrouwelijk als het een welbepaalde dag aanduidt (en mannelijk als het een onbepaalde dag is, hoe verzinnen ze het!), dus "trigesima prima" in plaats van "trigesimus primus" (ook al wordt het woord "dies" niet geschreven), en "januarii" ipv "januarius" (van januari, dus genitief).
De maandnamen zijn martius, aprilis, maius, iunius, iulius, augustus, septembris, octobris, novembris, decembris, ianuarius en februarius. Voor de romeinen was maart de eerste maand, wat duidelijk te zien is in september tot december (de "septem" of zevende tot "decem" of tiende maand). In akten vinden we dan ook de notatie 7e, 8e, 9e en Xe voor september, oktober, november en december.
In datums vinden we ook nogal eens "hujus", wat "huidig" betekent. Dus "tertia hujus" is de derde dag van de huidige maand en jaar.

Hiermee kunnen we een datum ontcijferen, maar onze getalkennis is nog onvoldoende voor leeftijden. Hier gebruiken we de hoofdtelwoorden: viginti (20), triginta (30), quadraginta (40), quinquaginta (50), sexaginta (60), septuaginta (70), octoginta (80), nonaginta (90) en centum (100). Dus "viginti quinque" is 25, en "septuaginta quattuor" is 74. Maar 25 en 74 wat?
Leeftijden vinden we uitgedrukt in dagen (dierum), weken (septimarium), maanden (mensium) of jaren (annorum). Normaal staat erbij "aetatis" (in de leeftijd van", aetis is leeftijd), en vinden we dikwijls de woorden "circiter" (ongeveer), "fere" (bijna), en "cum medio" (en een half). Dus "ongeveer 25 jaar oud" wordt "aetatis viginti quinque circiter annorum" (waarbij de "circiter" achter "aetatis", achter "quinque" of achter "annorum" kan staan).


Familierelaties en leeftijdsgroepen

De vader is "pater", de moeder is "mater", en beiden zijn ze "parentes" (de ouders). "Liber" is een kind (liberi zijn kinderen) zonder nadere specificaties. "Proles" is "een kind van", met de nadruk op afstamming, en "soboles" is een afstammeling van (dus ook een kind). "Filius" is een zoon, en "filia" een dochter. Een "filius septimus" is een zevende zoon, en dit werd in de akten vermeld, omdat die geacht werd over bijzondere gaven te beschikken. "Frater" is een broer, "soror" of "sonor" een zus. Zijn ouders gestorven, dan kan er een "vitricus" (stiefvader) of een "noverca" (stiefmoeder) zijn. Of is er een voogd ("tutor", wat ook opvoeder of lesgever betekent).

"Avi" zijn de grootouders, met "avus" de grootvader en "avia" de grootmoeder. Nog een generatie terug zetten we er "pro" voor, dus "proavus" is de overgrootvader. Een "nepos" is een kleinzoon, een "neptis" een kleindochter. "Nepi" (mannelijk) en "nepae" (vrouwelijk) zijn de kleinkinderen.

Als familie kan men een "socer" (schoonvader) hebben en een "socrus" (schoonmoeder). Een oom is "patruus" (broer van de vader) of "avunculus" (broer van de moeder). Een tante is "amita" (zus van de vader) of "matertera" (zus van de moeder). Een neef langs vaderszijde is "patruelis" (zoon van de patruus of oom) of "filius fratris" (zoon van de broeder), langs moederszijde is hij "consobrinus" of "filius sonoris" (zoon van de zuster). Een nicht is "filia fratris" (dochter van de broer) of "filia sonoris" (dochter van de zuster). Dit zijn de "propinqui" (verwanten).

Ongehuwd is men "caelebs", en "conjux" is één van beide getrouwden. Meer specifieker is "maritus" de echtgenoot en "uxor" de echtgenote. Is één van beide gestorven, dan is men "viduus" (weduwenaar) of "vidua" (weduwe).

Leeftijdsgroepen: infans (van ongeboren tot ca 7 jaar), puer (tot ca 15 jaar als de baardgroei begint; bij meisjes is het "puella"), adolescens (ongehuwde jongeling tot ca 30 jaar), adultus (volwassene, tot 50 jaar), senior (ouderling, 50 tot 60 jaar) en senex (grijsaard, na 60 jaar). We vinden ook "juvenus" of "juvenus adultus" als jong volwassene.


Nog over geboorteakten

We geven hier de tekst van nog een geboorteakte:
"decima septima mensis septembris circa octavam vespertinam hic in loco vulgo oosterwyck natus est et postera die baptizatus petrus filius legitimus henrici cools hic nati s. petri et maria catharina hoeremans nata in oolen, susceperunt petrus de ceuster et catharina storms nomine domicella joanna cools begina. Signatura susceptoris scribere non valentium"
"Op 17 september rond acht uur 's avonds is hier geboren in het gehucht Oosterwijck en de volgendede dag gedoopt Petrus, de wettelijke zoon van Henricus Cools, die hier geboren en zoon van Petrus is, en Maria Catharina Hoeremans, die in Olen geboren is. Als doopdragers fungeerden Petrus de Ceuster en Catharina Storms in naam van juffrouw Joanna Cools, begijn. Handtekeningen van de doopdragers, die het schrijven niet beheersen".

- Tijden in de dag: "Nocturnam" is 's nachts, "matutinam" is 's morgens, "vespertinam" is 's avonds, "meridiem" is op de middag en "post meridiem" is dus na de middag. "Post media noctem" is na het midden van de nacht, dus na middernacht. "Post" wordt dikwijls afgekort tot "po".

- s. petri: we zagen hoger dat dit kan zeggen "sancti Petri" (de parochie Sint Petrus in Herenthout). In deze context betekent "Henrici s. Petri" echter Henricus de zoon van Petrus. De "s." is hier de afkorting van "soboles", wat "afstammeling" betekent.

- hic nati: hier geboren. "Natus" is geboren. Mannelijk is "nati", vrouwelijk is "nata". Bij "hic natorum" zijn beide hier geboren.

- susceperunt: die doopdragers waren. Hetzelfde als "susceperunt fuerent". Dikwijls werden susceptores (de doopdragers) afgekort tot "sus" of "susc". Er waren traditionele regels voor wie peter en meter mochten zijn (verondersteld werden te zijn) voor welk kind.

- nomine, loco: indien de echter peter en meter niet aanwezig kon zijn, kon een stand-in optreden. Dit wordt dan vermeld met "nomine" (in naam van) of "loco" of "in loco" (in de plaats van). In dit geval is Catharina Storms de stand-in voor juffrouw (domicella) Joanna Cools, begijn (begina).

- signatura: onder de akte volgen de handtekeningen (signatura). Aangezien niet iedereen kon schrijven, werden er kruisjes gezet, met daarnaast voor wie dit kruisje de handtekening was, en dat die niet kunnen schrijven. "Scribere" is schrijven, "non valentis" is "niet in staat tot".

- et vocatus est: (mannelijk, vrouwelijk is "et vocata est"). In dit voorbeeld wordt de naam van de boreling (Petrus) vooraan in de akte vermeld. Alternatief kan het zijn dat deze naam niet voorin vermeld wordt, maar dat de akte afsluit met "et vocatus est Petrus" (of "et vocata est Anna"): "en hij wordt Petrus genoemd".

"Trigesima martii circa primam pomeridianam hic in loco vulgo S'gravenhaegh natus est filius adriani theys nati in poederlee et anna catharina vertommen nata Herendalii ab obstetrice baptizatus obiit circa quintam vespertinam"
"op 30 maart rond één uur namiddag is hier in het gehucht 's Gravenhage geboren de zoon van Adrianus Theys, die geboren is in Poederlee, en Anna Catharina Vertommen, die geboren is in Herentals. Hij is door de vroedvrouw gedoopt en overleed rond vijf uur 's avonds"

- ab obstetrice baptisatus (of "baptisata" voor meisjes): gedoopt door de vroedvrouw (en soms wordt de naam van de vroedvrouw opgegeven). Een nooddoop wordt gedaan indien de kans bestaat dat de boreling snel kan sterven. Vermeld kan worden "in necessitate" (wegens de noodzaak), dus een nooddoop. Alternatief is "baptisatus ab Anna Maria Soeten" (gedoopt door Anna Maria Soeten).

- obiit circa quintam vespertinam: is om vijf uur 's avonds gestorven. "Obire" is sterven. Alternatief kan er staan "statim post obiit" (is snel daarna overleden). "Statim" is snel, een korte tijdsduur. "Post" is "daarna" (zie hoger "post meridiem", na de middag)

Als er een nooddoop plaatsvindt, zijn daar geen peter en meter bij, en krijgt het kind ook geen naam. Dus wordt (als de boreling blijft leven) de doop daarna nog eens overgedaan met een priester en doopgetuigen. Bij deze tweede doop wordt er gedoopt "sub conditione" (onder voorwaarde). Iemand kan nu eenmaal geen tweemaal gedoopt worden. Vermeld kan worden dat deze doop plaatsvond "cum caeremoniis" (met een plechtigheid) of "in ecclesia" (in de kerk), in tegenstelling tot "in domo parentum" (in het huis van de ouders).

"Gemini" (mannelijk) of "geminae" (vrouwelijk) zijn tweelingen. Meestal wordt één akte gemaakt voor tweelingen, waarbij vooraan verklaard wordt dat er tweelingen geboren en gedoopt zijn en datum en ouders genoemd worden. Daarna krijgt ieder kind zijn eigen peter en meter, en zijn eigen naam.


Nog over huwelijksakten

Een huwelijk begint met de ondertrouw (sponsalia), waarbij de partners naar de pastoor gaan (met twee getuigen) en hun voornemen tot trouwen bekendmaken. Hiervan maakt de pastoor een akte (die vroeger ook in het huwelijksregister geschreven werd), en daarna volgen de drie "bannes" of "proclamationes" (afkondigingen vanaf de kansel). Pas nadat deze afkondigingen gedaan zijn (eventueel ook in een andere parochie, indien beide partners uit verschillende parochies komen) kan het huwelijk (matrimonium) voltrokken worden, waarbij de echte huwelijkakte opgemaakt wordt. We geven hieronder een voorbeeld uit 1710 (de huwelijksakte is in oud schrift, de akte van ondertrouw niet).

"Vigesima secunda nouembris contraxerunt sponsalia Petrus Bultiens et Clara Peeters coram me Laur. Janssens xxx et testibus Adriano Bultiens et Henrico Peeters"
"Trigesima novembris solemnisatum est matrimonium Petri Bultiens et Clarae Peeters coram me pastore et testibus Joanne Peeters Henrici filio et Adriano Bultiens cum dispensatione in una proclamatione et tempore clauso".

Op 22 november (1710) hebben Petrus Bultiens en Clara Peeters ondertrouw gedaan, samen met mij Laurentius Janssens xxx en als getuigen Adrianus Bultiens en Henricus Peeters.
Op 30 november is plechtig voltrokken het huwelijk van Petrus Bultiens en Clara Peeters, samen met mij de pastoor en de getuigen Joannes Peeters, die zoon van Henricus is, en Adrianus Bultiens, met dispensatie in één afkondiging en de sperperiode."
De "xxx" is denkelijk een aanduiding tot welke kloosterorde de priester behoort (erie?).

We hebben hier een huwelijk dat niet volgens de regels loopt. Op 22 november doet men ondertrouw, en reeds op 30 november wordt er gehuwd. Er dient een minimale tijd te verlopen tussen de ondertrouw en het huwelijk, gedurende welke tijd de pastoor de drie bannen kan doen (driemaal het huwelijk vanaf de kansel kan aankondigen), en waarin anderen tegenkanting tegen dit huwelijk kunnen inbrengen. Dit is hier niet gebeurd, daarom is er ook ontheffing nodig (cum dispensatione) voor één afkondiging (in una proclamatione) en voor de minimale wachttijd (tempore clauso: de gesloten tijd).
Na de ondertrouw heeft men dus een wachtperiode (afhankelijk van het bisdom, meestal twee weken) voor het huwelijk gesloten kan worden, en de ondertrouw heeft ook een geldigheidsduur (afhankelijk van het bisdom, nogal eens een half jaar). Valt het huwelijk daarbuiten (te vroeg of te laat) dan heeft men een ontheffing nodig wegens "tempore clauso" (de gesloten tijd).

Noteren we grammaticaal nog even dat "coram" de ablatief gebruikt, dus na "coram" vinden we Adriano, Henrico en Joanne in plaats van Adrianus, Henricus en Joannes. Na "matrimonium" vinden we de genitief (Petri, Clarae) want het is "het huwelijk van". Bij de ondertrouw zijn Petrus en Clara het onderwerp, want zij gaan de ondertrouw aan.
In de huwelijksakte zien we ook een voorbeeld van oud schrift. De "e" wordt omgedraaid geschreven tov het moderne schrift (bekijk even "Peeters"), en de "h" wordt geschreven als een platgeslagen "g" (zie "Henrici"). De "s" is een raar krolletje, en gelukkig komt er geen "w" voor, want dat is helemaal een ramp. Een familienaam zoals "Verhaeghen" is interessant om lezen in oud schrift.

Dispensatie was meestal nodig voor bloedverwantschap. We vinden dan zoiets als "et praevie obtenta dispensatione in secundo et tertio consanguinitatis gradii", dus "na vooraf bekomen te hebben ontheffing in de tweede en derde graad bloedverwantschap". Tweede graad zijn neven en nichten, derde graad achterneef en achternicht, en zelfs voor de vierde graad werd ontheffing genoteerd. Er waren ook regels voor wie deze ontheffing mocht verlenen. Zo vinden we in een akte "cum dispensatione pontificia de 15 februarii 1791 in secundo consanguinitatis gradii et dispensatione episcopi in tempore clauso", dus met pauselijke (pontifex) vrijstelling voor de bloedverwachtschap in tweede graad, en bisschoppelijke (episcopus) voor de gesloten periode.

Andere zaken die we in huwelijksakten vinden is "pater sponsi" en "pater sponsae" (vader van de bruidegom en vader van de bruid), of "tutor sponsi / sponsae" (de voogd van bruidegom of bruid). Of de ouderdom van de bruid: "pater sponsa vigesimum tertium atatis annum attingentis" (vader van de bruid die de leeftijd van 23 jaar bereikt heeft). Feitelijk moet het "sponsae" en "aetatis" zijn, maar pastoors kijken niet zo nauw. Ook wordt wel eens een kind gewettigd: "hodie legitimatun proles baptisata undecima martii 1781" (vandaag wettiging van het kind gedoopt op 11 maart 1781), of zien we de toestemming van de moeder (wat aangeeft dat de vader overleden is): "mater sponsa coram me consensum dedit" (de moeder van de bruid geeft samen met mij haar instemming". Of is het de voogd van een minderjarige bruid die instemt: "praevio consensu tutoris sponsa minorennis" (voorafgaandelijke toestemming van de voogd van de minderjarige bruid). De toestemming kan ook komen van de gemeente zelf, of van de bisschop: "praevia obtenta venia ab illustrissimo domino episcopo" (voorheen verkregen een verklaring van de doorluchtige heer bisschop).


Nuttige links

Een site waarop men een op parochieregisters toegespitst woordenboek kan vinden is de site van Willebroek.

Een uitgebreid latijns woordenboek (niet specifiek akten) vindt men op de site van Ton Van der Putte.

De site Tradupolis geeft vertalingen nederlans-latijn en nederlands-grieks (en omgekeerd), maar het zal wachten zijn op de update. Er zijn wel veel (vertaalde) teksten te vinden van romeinse en griekse schrijvers.

Wil je latijn leren of je kennis van het latijn testen, bezoek dan eens de site van het BimSem (Berthoutinstituut - Klein Seminarie, Mechelen)